Bestuurlijk mandaat

MANDAAT door Pierre Pieterse – Na Bestuurlijke incest en Bestuurlijke onkunde ronden we deze Vlissingse  nare en cynische politieke klucht rond het MuZEEum en Cees van der Burght af met  het antwoord op de vraag: met welk mandaat heeft directeur drs. Annelies Visser gemeend gemaakte afspraken gewoon naast zich neer te leggen? Dus waarom de  toegezegde overzichtstentoonstelling is geschrapt. Navraag bij de persoon in kwestie leverde niets anders op dan een hooghartig zwijgen. De domheid van de  arrogantie of toch de arrogantie van de domheid.

Maar na enig aandringen wisten we dan eindelijk een antwoord te ontlokken aan wethouder Stroosnijder (die wethouder Albert Vader als portefeuillehouder is opgevolgd): ‘Mevrouw Visser is directeur van het MuZEEum, een functie waarin zij benoemd is door het bestuur van de onafhankelijke Stichting Maritiem Museum Zeeland. Ieder mandaat van de directeur is gegeven haar door het bestuur van de stichting, onder dat mandaat heeft zij de gebruiksovereenkomst ondertekend en geeft zij hier invulling aan. De gemeente heeft een subsidierelatie met het MuZEEum, welke zich toespitst op het beheren/tentoonstellen van delen van de gemeentelijke collectie en het openhouden van het maritieme MuZEEum in zijn algemeenheid.’
Dat mag zo zijn, maar navraag leert dat de wethouder binnen deze constellatie elke beslissing gewoon kan overrulen. Kennelijk is de wethouder nog wat onervaren en dat nekte zich nu. Het kan natuurlijk ook zijn dat hij er gewoon geen zin in had zich te verdiepen in deze ‘voetnoot in de Vlissingse geschiedenis’.
In dezelfde mailwisseling laat de wethouder mij fijntjes weten dat ‘mijn wijze van communiceren, zowel via e-mails als op diverse social media, niet bijdraagt aan de respectvolle en constructieve wijze waarop zowel de heer Tramper als mevrouw Visser invulling geven aan de afspraken. Hierdoor komen de onderlinge verhoudingen verder onder druk te staan en dit lijkt mij onnodig gezien de levensfase waarin de heer van der Burght zich bevindt’.
Van deze omineuze omkering van zaken moest ik even bijkomen. Allereerst worden afspraken dus niet nagekomen, dus van een ‘respectvolle en constructieve wijze van invullen’ is allerminst sprake. Daarnaast is het zo dat als je iemand stelselmatig niet serieus neemt, afwimpelt, kleineert, negeert, en soms zelfs ronduit onfatsoenlijk behandelt, je niet raar moet opkijken als iemand zich dan maar gewoon zakelijk opstelt.
De onvermijdelijke conclusie moet dus zijn dat directeur Visser weliswaar binnen haar mandaat heeft gehandeld dat evenwel zonder enig probleem door de wethouder opzij geschoven had kunnen worden. En moeten worden, gezien de ‘toestand’ van Cees van der Burght (los ven van de gemaakte afspraken). Door haar mandaat letterlijk te nemen heeft Visser uitermate oncollegiaal gehandeld richting de beide wethouders (die verantwoordelijk zijn voor de afspraken) en richting stadsarchivaris Ad Tramper die constructief opererend deze afspraken heeft bevestigd met de zaakgelastigden van de heer van der Burght, en de toen verantwoordelijk wethouder (Albert Vader). En met Visser zelf! Want let op: tijdens de onderhandelingsfase is Visser actief op de hoogte gehouden door Tramper, wist ze dus van de afspraken, en is daarmee akkoord gegaan. En daarmee is oncollegiaal wellicht wat te ‘respectvol’ en moeten we eerder spreken van het ronduit voor schut zetten van haar collega’s.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Maatschappij, Media, Organisatie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s