Meer of minder managers?

door Pierre Pieterse – ‘Geen managers meer. De beste ontwikkeling ooit’ kopte het AD. Om te vervolgen met de constatering dat ‘in 2010 bijna 7 procent van de Nederlandse beroepsbevolking een managementfunctie had, en dat dat percentage in 2017 gedaald is naar 5 procent.’ In absolute cijfers: ‘In 2015 daalde het managersbestand in een jaar tijd met wel 8 procent – en bleven er nog 490.000 managers over. En nu? Nu zijn er nog maar 438.000. Sinds 2010, in slechts zeven jaar tijd dus, zijn er in totaal 125.000 managers verdwenen.’ De reden voor deze daling: bezuinigingen, zelfsturende teams en andere manieren van werken.

Wat de reden ook is, deze daling is goed nieuws. ‘Managen is flauwekul. Je moet mensen gewoon hun werk laten doen’, zo luidt een bewierookte uitspraak van Jos de Blok van Buurtzorg. ‘De manager die alles beter weet, fouten van werknemers probeert te voorkomen en vooral zijn functie zinvol probeert te maken door veel te vergaderen en zich nadrukkelijk met het werk te bemoeien, zorgt voor een discrepantie met andere werknemers,’ zegt Allard Droste, auteur van Semco in de polder. ‘Is dat managen nu echt een dagtaak? In de IT zijn de mensen professioneel genoeg om hun eigen ding te kunnen doen zonder sturing,’ weet IT recruiter Floor Nobels.

Tot zover de jubel. Alvast een amuse voor de keerzijde wordt geserveerd: vooral in de zorg en het onderwijs verdwijnen managers. Sectoren waarin volgens de Rekenkamer bakken geld ongecontroleerd verdampen, waar fors wordt geïnvesteerd zonder dat iemand weet of en welk effect daarmee is gesorteerd.

De keerzijde dus. In de vorige editie plaatste Thijs Homan zo al zijn twijfels bij al dat nieuwe werken, vaak uitgevent in wat hij ‘blije boeken’ noemt. ‘In de managementliteratuur is een tegenbeweging op gang gekomen van schrijvers die stellen dat we het compleet anders moeten gaan doen.  Door anders of door nieuw te gaan organiseren, door organisaties Semleriaans in te richten, door te gaan kantelen en terug te gaan naar de bedoeling.’ Maar of dit effect sorteert, betwijfeld Homan. ‘Ik zie nauwelijks verandering. Je kunt wel heel fijn overgaan op zelfsturing, maar als de beheers-, regel en controledrang onverhinderd doorgaat, dan stranden dergelijke initiatieven al snel.’

Kritiek van andere zijde komt van Hollands Kroon, een fusiegemeente waar ambtenaren ongecontroleerd en niet aangestuurd de boel bestieren. ‘Hier tref je geen managers, maar 32 zelfsturende teams van ambtenaren. Die bepalen hun eigen werktijden, beheren samen hun budget en werven zelf nieuwe collega’s, voorheen met een The Voice of Holland-achtige sollicitatieprocedure – inclusief draaiende stoelen’ schrijft De Volkskrant. Resultaat: enorme budgetoverschrijdingen die lange tijd voor de raad en wethouders verborgen konden worden gehouden. ‘Je kan werken met zelfsturende teams, maar ergens moet een stuurman zijn’, aldus een bewoner. De oplossing? ‘Het hele concept van zelfsturing de nek omdraaien is niet de oplossing. Maar het kan geen kwaad de grip vanuit de directie op de ambtenarij weer te verstevigen,’ aldus hoogleraar bestuurskunde en zelfsturing Rob van Eijbergen.

Waarmee we via een andere route weer precies bij de argumenten van Homan tegen zelfsturing zijn aangekomen. Je zult echt moeten beheersen, regelen en controleren, maar dat zijn nu precies de drie instrumenten die zelfsturing tot een weinig effectieve vorm van management maken.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Maatschappij, Management, Organisatie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s