Authentiek

door Pierre Pieterse – Na urenlang in de regen te hebben gelopen en voor de zoveelste keer voor een dichte deur te staan, besloten we nu maar even te kloppen. Na enige tijd ging boven een raampje open van waaruit een morsige dame ons toeriep dat ze gesloten waren. Fermé. ‘Maar waarom’, vroeg ik in mijn beste Frans. Mais pourqoui? ‘Omdat er geen klanten zijn’, antwoordde ze. ‘Maar wij zijn er nu toch!’, riep ik. Waarna de vrouw het luik met een klap sloot en ons dwong op zoek te gaan naar ongetwijfeld de volgende deceptie.

Iedereen die zich wel eens in de Belgische Ardennen heeft verpoosd, moet dit beeld bekend voorkomen. Alle etablissementen blijken de naam ‘fermé’ te hebben. Zelfs in erkende toeristenstadjes is het niet mogelijk om voor elf uur ’s ochtend een kop koffie te bestellen. Fermé. En klokslag drie uur in de middag sluit elke frituur zijn deuren. Ordentelijke restaurants zijn dan al een uur dicht. Steevast luidt het argument: geen klanten.

Daarnaast is het bepaald niet vreemd als diezelfde uitspanningen rond dinertijd gewoon gesloten blijven. Soms met een reden (‘maternité’, ‘liberté’, of ‘fraternité’) maar veel vaker zonder reden (‘aucune idée’) en volstrekt willekeurig, zodat je na enige tijd vertwijfeld rijden door het Ourthe-dal met je oog op Google Maps toch weer voor die immer dichte deur staat, hoewel de website van het betreffende restaurant toch echt anders aangaf. Of dat het neon-palet dapper ‘Ouvert’ knippert terwijl de deur ‘serré’ is. De techniek staat voor niets, maar er is kennelijk geen algoritme te ontwikkelen dat de tamelijk warse Belgische volksaard kan doorgronden. En wat geldt voor eetgelegenheden, geldt ook voor gewone en zelfs puur toeristische  winkels. Er is altijd wel een feestdag, een vakantie, of zomaar iets dat de deuren gesloten houdt.

Geen wonder dus dat juist twee Belgische auteurs, Jorg Snoecken Pauline Neerman, het boek The future of shopping hebben geschreven. Als piketpaaltje naar een nieuwe tijd, maar vooral ook om (een deel van) hun eigen landgenoten te laten zien dat de Middeleeuwen echt niet de toekomst zijn. Als aanmoediging, als een forse por in de rug. Want, zegt Pauline Neerman verderop in dit nummer, ‘mensen willen ook op zondagavond negen uur kunnen shoppen’. Nou, dan zijn de luiken in de Ardennen al hermetisch gesloten. Zodat we gerust mogen concluderen dat het vereiste concept van ‘metail’ nog niet is doorgedrongen. ‘Vandaag komt de consument van de tegenovergestelde richting en moet je je aanpassen op metail. In plaats van standaardmedewerkers moet je mensen hebben met empathie. Er moet meer humanisation op de winkelvloer komen. EQ wordt belangrijk’, aldus Jorg Snoeck. Maar dan moet je natuurlijk wel open zijn!

Maar misschien komt het boek van de Belgische auteurs wel te vroeg, en zijn ze in de Ardennen nog bezig het vorige toekomstbestendig advies te verwerken: authenticiteit. Want authentiek is het allemaal wel, en dat heeft ook zeker zijn charme. In toekomstbestendig jargon: een belevenis (niet geheel toevallig de voorloper van authenticiteit). Want het blijft een belevenis om dagen lang door het welgevallige en vriendelijk landschap te banjeren zonder ook maar ergens de geneugten van de moderne tijd te kunnen proeven. Geen wifi, geen uitstallingen, niks. Alleen bos, bergen, en weer. Er zijn in Nederland bedrijven die juist dit soort survival-achtige omstandigheden aanbieden als exclusief product. Ik bedoel maar…

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Maatschappij, Management

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s